Vertrek
Je schoenen nog in de hal
keurig in ‘t gelid
een kopje op het aanrecht
snel nog even weggezet
de kamer houdt de adem in,
muziek is gedoofd
de aansteker en het laatste
pakje shag — kleurig naast
elkaar op tafel
wachten op iets
wat niet meer komen gaat
aan de wand een schip
omgeven door
okerkleurige golven
klaar voor vertrek
naar onbekende oorden
pas op de plaats
de deur gesloten
alles nog even laten
zoals het gister was
Havezate
De verlaoten kamer aodemt nog
de glaans van heur lange lokken
heur geest doolt waor gewaden
daansten, zwierig zwaaiden
hier klunk de echo
van heur schaterlach
as op hiete dagen
de leuning van de trappe stende
bij het vulen van heur lief
as zij roetsjte met de rokken
—hoge opetrökken—
naor umdale
waor verre veurolders
in bejaorde liesten
enkel muchen gissen
naor de kleur van heur
kousenbaand
wisselend met de dag
