De merel

Ester van Steekelenburg

Er waren weleens gesprekken over de dood. 

Dan zei hij: “Als ik doodga, dan ben ik bij God. Daar heb ik alle vertrouwen in. Zonder meer!”

Uiteindelijk stierf vader Hugo in de vroege ochtend van donderdag 19 december 2024, op de respectabele leeftijd van 87 jaar. Locatie: huisje ‘de Wingerd’ van zorginstelling ‘de Ark’ in Wateringen, omringd door alle lieve zorg aldaar. 

Nadat mijn zus mij gebeld had, wandelde ik in alle vroegte over straat ‘naar papa’, die nu niet meer leefde. 

In de stilte van die nacht werd ik verrast door de merel, die een prachtig lied zong: een ode aan onze vader. 

Het was op 24 december 2024, dat wij – als familie – afscheid namen van onze vader, in de katholieke Andreaskerk te Kwintsheul. Het was een uitvaart met een Latijnse mis.

Vader Hugo zou zeggen: “Marakel!” (fonetisch opgeschreven, zoals hij dat ‘op zijn Westlands’ placht te zeggen). De Latijnse betekenis van het woord’ ‘mirakel’ is: wonder, pracht. 

Aan het einde van de dag reed ik met mijn gezin terug naar huis. Wij wonen in Drenthe, dus het was ruim twee uur rijden, dwars door Nederland. Toen we uiteindelijk ons dorp Oosterhesselen binnen reden, zou de kerstnachtdienst weldra aanvangen. Ik besloot mij hierbij aan te sluiten, terwijl man en kinderen alvast thuis bij de kerstboom gingen zitten. 

Even later zong ik uit volle borst mee met de kerstliederen in de kleine, knusse PKN-kerk van ons dorp. 

Na afloop van de kerstnachtdienst werd er een ‘zalig kerstfeest’ gewenst. Volgens traditie werd er koffie geschonken, met een kniepertje erbij. Ik maakte een praatje met een vriendelijke meneer op leeftijd. Bij navraag bleek, dat hij in hetzelfde jaar geboren was als mijn ouders. We hadden het hier over het jaar 1937. 

Mijn vader was van april 1937. Mijn moeder is van mei 1937. Dat is dus al ‘even geleden’! 

Nu waren er dus nog maar vijf personen over van mijn ouderlijk gezin, in plaats van zes: mijn sterke moeder, mijn twee broers, mijn zus en ik. Ik vond het maar een raar idee… het voelde nog ‘onwerkelijk’. Daar had ik het over met deze meneer, die één en al luisterend oor was. Ik zei dat mijn vader het vast fantastisch had gevonden, dat ik op die ene dag wel twee keer naar de kerk was geweest. 

De man zei: “Ik ga eerlijk gezegd niet vaak naar de kerk. Want ik vind God ook in de natuur.” 

Ik dacht aan de merel, die met zijn lied een ode aan mijn vader had gebracht.

Papa zou zeggen: “Marakel, Es!”

En zo was de cirkel rond. 

Geschreven door Ester van Steekelenburg

(Geboren en getogen in het dorp Kwintsheul).