Ria Westerhuis:

Vertrek

Je schoenen nog in de hal

keurig in ‘t gelid

een kopje op het aanrecht

snel nog even weggezet

de kamer houdt de adem in,

muziek is gedoofd

de aansteker en het laatste

pakje shag — kleurig naast

elkaar op tafel

wachten op iets

wat niet meer komen gaat

aan de wand een schip

omgeven door

okerkleurige golven

klaar voor vertrek

naar onbekende oorden

pas op de plaats

de deur gesloten

alles nog even laten

zoals het gister was

Havezate

De verlaoten kamer aodemt nog

de glaans van heur lange lokken

heur geest doolt waor gewaden

daansten, zwierig zwaaiden

hier klunk de echo

van heur schaterlach

as op hiete dagen

de leuning van de trappe stende

bij het vulen van heur lief

as zij roetsjte met de rokken

—hoge opetrökken—

naor umdale

waor verre veurolders

in bejaorde liesten

enkel muchen gissen

naor de kleur van heur

kousenbaand

wisselend met de dag