Sacha Landkroon:

We vinden ons aan de rand van een vers gedolven graf op De Duinen in Eelde. Grote groep belangstellenden, betrokkenen en vrienden. Druppels aan late vruchtdragers, landschap van zerken en verstomde kleurpaletten. Men werpt allerlei soorten veelkleurige bloemen op de kist die zojuist neer is gelaten. Six feet deep, zeggen de Amerikanen. Een bevriende dominee heeft woorden van troost en waardigheid gesproken, waarna het onze vader zich uit honderd kaken wrong. Geloven we in enige heiligheid in het aanzien van die typische kenmerken van november, die vanuit de lucht druilen en de bijna leeggevallen bomen in stilte hoeden? Een paar roeken rommelen hun droeve dagelijkse vogelrituelen. Achter het hek van de begraafplaats staat een grote boom bladloos op betere tijden te wachten. De mannen van het hiernamaals, kraaien genoemd, jagen de aanwezigen met zachte doch vriendelijke dwang op de juiste momenten naar de juiste plaats. Gestructureerd. Dood is een geolied apparaat. Alles is met elkaar verbonden. We bloeien allemaal een beetje, en sterven met de doden mee, totdat we ondergaan of alleen achterblijven.

Het verdriet van deze provincie is niet het gebrek aan erkenning vanuit de Randstad, niet het feit dat we een hoofdstad hebben zonder grootstedelijke allure, het verdriet van Drenthe is een foto. Een foto van een bruin café. Vijftien schrijvers. In het midden een dichteres met een blonde pruik, die de aandacht naar zich toe trekt. Verleidelijk, uitdagend. Omringd door vrienden en in de schaduw van een rijke historie. Geflankeerd door het literaire geweten van de regio heft ze een glas cola. De jongste dichter op de foto, schenkt schalks een glas port of andere alcoholische inspiratie in. Hij is inmiddels de 50 gepasseerd. De witte pet al lang aan de wilgen gehangen. Jonger dan hij is de spoeling nog dunner.

Het is november 2025. Het bruine café is, inclusief de rijke historie, een aantal jaren geleden teloorgegaan. Niet langer rendabel, geen opvolging, dat soort dingen. 33% procent van de 15 schrijvers heeft in de jaren die verstreken de laatste adem uitgeblazen. De dichteres met de blonde pruik heeft moeite met het verstrijken van de tijd. Ze is ouder geworden; de wilde haren langzaam kwijtgeraakt, niet zo wuft en wulps meer als ze ooit was, en ze kan zich niet aan de indruk onttrekken dat langzaam iedereen die ze zo graag zag, omvalt. Gezienus, Ruth, Gerard, Frans en nu Atze. Allemaal weg. Hun stoffelijke resten verspreid over de provincie, meegevoerd door weer en wind. De herinneringen langzaam vervagend tot flarden van zinnen, van woorden, mooie anekdotes die ook niet meer gedeeld kunnen worden omdat mensen tegenwoordig de tijd niet meer nemen om ze aan te horen. Het verdriet van Drenthe is een foto, een voorbije tijd, dat handjevol mensen dat het de moeite waard maakte, wij zijn het schuim dat achterblijft. De dichteres plaatst een foto op Facebook, om de vijf, die er inmiddels niet meer bij zijn, te gedenken. Naar het kerkhof heeft ze zich niet gewaagd. Die confrontatie met de eindigheid is te pijnlijk. Het lichaam ook te stram. Het verdriet van Drenthe is jezelf de vraag stellen wie de volgende zal zijn die omvalt; je zorgen maken of je zelf nog niet aan de beurt zult zijn.